Print

Interpelatie houtduif

Written by Lena Van Boven on . Posted in uit de provincieraad

Op de webstek van VILT las ik dat de Vlaamse land- en tuinbouwsector volgens de Boerenbond elk jaar honderdduizenden euro’s schade lijdt door houtduiven die vaak massaal op de akkers neerstrijken. De huidige afschrikkingstechnieken zijn ontoereikend omdat bij houtduiven snel gewenning optreedt, zelfs bij een regelmatige afwisseling van de afschrikmiddelen. De voorbije tien jaar is de houtduivenpopulatie in Vlaanderen verdubbeld. De provincie West-Vlaanderen nam als eerste het initiatief om in 2008 een weekend te organiseren waarin extra inspanningen werden geleverd om de houtduif te bejagen. Ook nu is West-Vlaanderen nog trekker van zo’n initiatief om de duivenschade aan groenten en andere teelten in de provincie binnen te perken te houden. Het duivenweekend is een samenwerking tussen Hubertusvereniging Vlaanderen en de landbouworganisaties ABS en Boerenbond. Sinds 2009 vindt het in elke Vlaamse provincie plaats, ook in de onze dus.

Het meest efficiënt beschouwt Boerenbond de bijzondere bejaging omdat “men dan kan jagen op het moment dat de schade zich kan voordoen”. Wil de bijzondere bejaging echter efficiënt zijn, dan moet de procedure volgens Boerenbond sterk vereenvoudigd worden. “Bejaging moet kunnen plaatsvinden bij alle schadegevoelige gewassen, de zone van bejaging moet verruimd worden tot 200 meter rond de betrokken percelen en administratieve vereenvoudiging is broodnodig”, aldus de Boerenbond, en dat klinkt allemaal heel redelijk en logisch.
Maar Vogelbescherming Vlaanderen wijst de argumenten van de Boerenbond natuurlijk af. Voorzitter Jan Rodt formuleerde het zo: “Het massale afschot van houtduiven heeft geen enkele invloed op de broedvogelpopulatie in Vlaanderen en dus ook niet op het beschermen van land- en tuinbouwgewassen tegen vraatschade later op het jaar.” Wij betwijfelen of dat “geen enkele invloed” zou hebben. Dat lijkt volkomen onlogisch. Maar men moet zich natuurlijk wel afvragen of er een redelijk evenwicht is tussen het doel en de middelen. Het “duivenweekend” wordt eind februari gehouden. Dit jaar was dat op 26 en 27 februari. Vogelbescherming Vlaanderen stelt dat in die periode van het jaar amper één houtduif op tien in Vlaanderen afkomstig is van de plaatselijke broedpopulatie. Vermits de schadegevoelige teelten houtduiven aantrekken, impliceert dit volgens Vogelbescherming Vlaanderen dat de schade maar kan worden voorkomen door een “bijna totale uitroeiing van de houtduif”. De landbouwsector heeft volgens de organisatie zelf schuld aan de grote houtduivenpopulatie door het overaanbod aan oogstresten van maïs.
Daarom vraagt Vogelbescherming Vlaanderen aan minister Schauvliege om het “duivenweekend” te veroordelen en de Vlaamse jachtwetgeving in overeenstemming te brengen met de Europese richtlijn. De organisatie vraagt de Boerenbond en de Vlaamse jagers om af te zien van het “duivenweekend”.
Dit is één van de typische conflicten tussen landbouw en natuurbescherming. Zowel Vogelbescherming Vlaanderen als de Boerenbond hebben redelijke argumenten. Maar ergens moet er een lijn getrokken worden.

  • Wat is het standpunt van de deputatie terzake? Steunt zij de “duivenweekends” of steunt zij op dit punt Vogelbescherming Vlaanderen?
  • Waarschijnlijk wil niemand pleiten voor een “bijna totale uitroeiing” van de houtduif. Maar als het aantal houtduiven in tien jaar tijd verdubbeld is, dan gaat het hier duidelijk niet om een bedreigde diersoort. Zou een beperkt afschotbeleid soelaas kunnen bieden? Heeft de provincie hierover enige terreinkennis die voor de andere actoren nuttig zou kunnen zijn?
  • Wordt het probleem inderdaad mede veroorzaakt door een overaanbod aan oogstresten van maïs? Zo ja, kan er op dat punt iets constructiefs gedaan worden? Kan de provincie hierin een rol spelen?

Lena Van Boven